Al jaren is Controle Alt Delete onderdeel van de discussie over het wel of niet preventief fouilleren in Amsterdam. In deze positionpaper nemen we de raad mee in de effectiviteit van preventief fouilleren, de waarborgen om ongelijke behandeling tegen te gaan en de vraag of deze vergaande bevoegdheid voldoende meerwaarde heeft voor de veiligheid. Ook dragen we concrete alternatieven aan die volgens ons effectiever en gerichter kunnen worden ingezet.
De logica van preventief fouilleren is onverslaanbaar
De logica van preventief fouilleren is bijna onverslaanbaar. Veel wapens gevonden? Het werkt: de stad is veiliger geworden door wapens van straat te halen. Geen wapens gevonden? Het werkt: de stad is veiliger geworden omdat mensen hun wapens thuislaten.
Maar zo kan er niet vastgesteld worden of een maatregel effectief is. Om te kunnen beoordelen of preventief fouilleren bijdraagt aan veiligheid, moet je weten of er door de controles daadwerkelijk minder wapens in omloop zijn, minder mensen wapens dragen of minder wapengeweld plaatsvindt. Dat is niet onderzocht of aantoonbaar gemaakt.
Dit jaar schreven wij voor Het Tijdschrift voor de Politie een column over preventief fouilleren, gepubliceerd in nummer 2 van 2026. In Amsterdam leverde preventief fouilleren in de herfst van 2024 in minder dan 1% van de controles een wapen op.
Effectiviteit
Landelijk ligt de opbrengst van preventief fouilleren rond de 2%. Dat betekent dat 2 op de 100 controles een wapen wordt aangetroffen. Dit blijkt uit verschillende preventief fouilleeracties.
Enkele recente voorbeelden zijn Zaandam en Rotterdam: de politie doorzocht in samenwerking met middelbare scholen duizenden schoolkluisjes in Zaandam. Daarbij werden drie strafbare wapens gevonden. Ook controleerde de politie in Zaandam 3.038 mensen, waarbij 74 wapens in beslag werden genomen. Dat is een opbrengst van 2,5%. In Rotterdam controleerde de politie in 2017 meer dan 10.000 mensen, dat leverde 210 wapens op: een opbrengst van 2%. Uit het jaarverslag preventief fouilleren 2024 van de politie Rotterdam bleek dat 2.5% van de controles daadwerkelijk een wapen opleverde in dat jaar. In Amsterdam leverde preventief fouilleren in de herfst van 2024 in minder dan 1% van de controles een wapen op.
Wapens in beslag nemen is waardevol. Maar de vraag is niet alleen hoeveel wapens tijdens een actie worden gevonden. De relevante vraag is of preventief fouilleren leidt tot meer veiligheid dan wanneer dezelfde politiecapaciteit op een andere manier wordt ingezet.
Daarvoor is onvoldoende informatie beschikbaar. We weten niet hoeveel wapens er vóór en na de acties in omloop zijn, hoeveel wapens zonder de controles op straat zouden zijn gebleven en of de controles leiden tot minder wapendracht of wapengeweld. Zonder die informatie kan niet worden vastgesteld of preventief fouilleren daadwerkelijk bijdraagt aan een veiliger stad. De opbrengst van de controles laat wel zien dat het overgrote deel van de gecontroleerde mensen geen wapen bij zich heeft. Bij een opbrengst van 2% leveren 98 van de 100 controles geen wapen op. In Amsterdam lag de opbrengst in 2024 zelfs onder de 1%.
Risico op etnisch profileren
Voorstanders stellen dat ook controles waarbij geen wapen wordt gevonden zinvol kunnen zijn. Ze zouden bijdragen aan het veiligheidsgevoel en de zichtbaarheid van de politie in de wijk. Ook korpschef Janny Knol benadrukt het belang van aanwezigheid in de buurt. Daar staat een belangrijk risico tegenover: etnisch profileren.
Bij preventief fouilleren wordt een gebied aangewezen waarbinnen mensen zonder individuele verdenking kunnen worden gecontroleerd. Vervolgens maken agenten keuzes over wie daadwerkelijk wordt gecontroleerd. Juist in een gebied waar een groot deel van de bevolking een migratieachtergrond heeft, bestaat het risico dat bestaande beelden en aannames over wie ‘verdacht’ is een rol spelen in die keuzes.
Uit onderzoek van Amnesty International blijkt dat het risico op etnisch profileren bij preventief fouilleren groot is. Het risico wordt groter wanneer een veiligheidsrisicogebied samenvalt met een gebied waar relatief veel mensen met een migratieachtergrond wonen. Dat is in Amsterdam Zuidoost in sterke mate het geval.
Het probleem is daarmee niet alleen wie wordt gecontroleerd, maar ook wat het structureel betekent wanneer bepaalde groepen vaker worden staande gehouden, gefouilleerd en geconfronteerd met politieoptreden zonder dat daar een individuele aanleiding voor bestaat.
Maatregelen politie om etnisch profileren te voorkomen
De vraag is daarom welke waarborgen er zijn om ongelijke behandeling te voorkomen. Uit onderzoek van Schalkwijk en Abdoelhafiezkhan (Cahiers Politiestudies, 2022) blijkt dat de Nederlandse politie nog onvoldoende doet om etnisch profileren tegen te gaan en dat er geen bewijs is dat etnisch profileren afneemt. Ook onderzoek van de Politieacademie (2025) laat zien dat bijna de helft van de agenten vindt dat de oververtegenwoordiging van ’bepaalde groepen in de misdaadstatistieken’ een rol mag spelen in de afweging om iemand te controleren.
De aanpak van etnisch profileren is helaas dus nog lang niet geslaagd. Dat zien we ook terug in het draagvlak en de ervaringen van mensen met een migratieachtergrond. In onderzoek van het WODC staat dat er onder Rotterdammers met een migratieachtergrond minder draagvlak is voor preventief fouilleren en dat Amsterdammers met een migratieachtergrond vaker negatieve ervaringen hebben met de politie.
Daar komt bij dat het huidige budgetverdeelsysteem ertoe leidt dat de politie al relatief veel geld en menskracht inzet in gebieden waar meer mensen met een migratieachtergrond wonen. Extra gebiedsgerichte controlebevoegdheden kunnen daardoor bestaande verschillen in politiecontact verder versterken.
Amsterdamse waarborgen om ongelijke behandeling tegen te gaan
Amsterdam heeft eerder ervaring opgedaan met de risico’s van preventief fouilleren. In 2022 trok Amsterdam ‘definitief’ de stekker uit preventief fouilleren na grove fouten van de politie. De politie heeft daarvoor tot op de dag van vandaag onvoldoende verantwoordelijkheid genomen. De overtreding werd onder meer verklaard vanuit dat er een foutje op de presentatie stond en volgens burgemeester Halsema was “de vertaling van beleid naar uitvoering niet goed verlopen.”.
Controle Alt Delete heeft daar destijds ook kritisch op gereageerd. De overtredingen waren niet alleen het gevolg van één uitvoeringsfout. Bij preventief fouilleren zijn verschillende niveaus betrokken: de uitvoerende agenten, leidinggevenden en beleidsmakers. Juist daarom is het van belang om niet alleen te kijken naar wat er misging, maar naar de structurele waarborgen die nodig zijn om herhaling te voorkomen. De politie heeft zich toen niets aangetrokken van de waarborgen om ongelijke behandeling tegen te gaan en er is geen enkel bewijs dat die er nu wel zijn.
Als Amsterdam preventief fouilleren opnieuw wil inzetten, ligt het daarom voor de hand om eerst concreet te maken:
- welke waarborgen sinds 2022 zijn ingevoerd;
- hoe wordt gecontroleerd of agenten deze waarborgen naleven;
- hoe wordt gemonitord op ongelijke behandeling en etnisch profileren;
- wie verantwoordelijk is wanneer de regels niet worden nageleefd;
- en welke consequenties daar vervolgens aan worden verbonden.
Zichtbaarheid en contact met burgers
Een argument voor preventief fouilleren is dat de aanwezigheid van de politie in een veiligheidsrisicogebied kan bijdragen aan zichtbaarheid, contact en een gevoel van veiligheid. Maar politiecapaciteit kan ook op andere manieren worden ingezet om zichtbaar en aanwezig te zijn in een wijk. Bovendien is het de vraag of preventief fouilleren daadwerkelijk bijdraagt aan vertrouwen in de politie. Voor mensen die herhaaldelijk worden gecontroleerd zonder dat zij iets verkeerd hebben gedaan, kan het juist het tegenovergestelde effect hebben.
Controle Alt Delete stelt dat er ook andere manieren zijn om dat te bereiken. Bijvoorbeeld door criminaliteit daadwerkelijk op te lossen. Steeds meer zaken, waaronder high impact crimes, blijven op de plank liggen. Volgens de politie komt dat door een gebrek aan capaciteit. Follow the Money (2026) liet echter zien dat deze claim niet klopt: het aantal agenten per duizend geregistreerde misdrijven steeg tussen 2008 en 2024 met 70%.
Ook als de politie volhoudt dat er onvoldoende menskracht is, zou de politie moeten afwegen waar de tijd naar toe gaat. In plaats van preventief fouilleren kan de politie deze uren inzetten voor opsporing, het oplossen van aangiften of contact met slachtoffers en bewoners. Dat draagt aantoonbaar bij aan veiligheid én vertrouwen in de politie — iets wat van preventief fouilleren niet vanzelfsprekend kan worden gezegd.
Preventief fouilleren is niet nodig
Preventief fouilleren is als extra bevoegdheid ook niet nodig. De politie heeft al de bevoegdheid om te controleren op wapens. Artikel 50 en 51 van de Wet Wapens en Munitie geeft de politie nu al de bevoegdheid om mensen, bagage en voertuig te fouilleren op wapens als er “redelijkerwijs” een aanleiding is. Dat kan bijvoorbeeld wanneer er op een locatie een wapenincident heeft plaatsgevonden of wanneer er concrete informatie is dat iemand een wapen bij zich heeft.
Alternatieven om wapens van de straat te halen
Controle Alt Delete pleit voor een aanpak die gericht is op concrete signalen, een eerlijke behandeling, bewezen effectieve maatregelen en een zorgvuldige inzet van politiecapaciteit. Dit kan door informatiegestuurd te werk te gaan, wapeninleveracties te organiseren en de politie in te zetten voor zaken waarvoor burgers al aangifte hebben gedaan maar op de plank blijven liggen. Hoe?
- Informatiegestuurd: We sluiten ons aan bij wat VVD burgemeester Van Zanen uit Den Haag zegt: Hij noemt het een "zwaar middel omdat het inbreuk maakt op de privacy en lichamelijk integriteit van burgers. Dit vraagt om terughoudendheid en zorgvuldigheid." Van Zanen concludeert dan ook dat het “bij concrete signalen van wapenbezit de voorkeur verdient om de schaarse politiecapaciteit in te zetten om gericht te rechercheren en, waar nodig en mogelijk, op te treden op basis van het strafrecht. Dat is passender, effectiever en efficiënter dan aselecte fouilleeracties.” In alle gemeenten werkt de politie met de persoonsgerichte aanpak. In grote gemeenten krijgen honderden jongeren extra aandacht van de politie. Hoeveel van de jongeren die landelijk in beeld zijn als verdachte van een steekincident, maken onderdeel uit van zo'n persoonsgerichte aanpak? Jongeren die al bekend zijn bij de politie vanwege wapenincidenten én onderdeel zijn van een persoonsgerichte aanpak, kunnen op basis van concrete informatie al gericht worden gecontroleerd binnen de bestaande wettelijke bevoegdheden artikel 50 en 51 van de Wet Wapens en Munitie.
- Wapeninleveracties: Wapeninleveracties kunnen een veel grotere directe opbrengst hebben dan preventief fouilleren. Amsterdam en Rotterdam organiseerden wapeninleveracties die een hoge opbrengst hadden. In Rotterdam werden in 2019 bij zo'n actie 250 wapens ingeleverd. In Amsterdam werden meer dan 300 wapens ingeleverd. In 2021 werden bij een landelijke inleveractie meer dan 3300 wapens ingeleverd. Deze cijfers laten zien dat het mogelijk is om in korte tijd grote aantallen wapens uit de samenleving te halen zonder grote aantallen mensen preventief te controleren.
- Zet politiecapaciteit in waar die het meeste effect heeft: Wanneer capaciteit beperkt is, moet die worden ingezet waar de bijdrage aan veiligheid het grootst is. Dat betekent onder meer: het oplossen van zaken waarvoor burgers al aangifte hebben gedaan, gerichte opsporing bij concrete signalen van wapenbezit, aandacht voor slachtoffers van geweld en high impact crimes, wijkgerichte aanwezigheid en contact met bewoners en een persoonsgerichte aanpak van mensen die aantoonbaar betrokken zijn bij wapenincidenten.
Dit zijn geen vrijblijvende alternatieven. Het zijn manieren om politiecapaciteit gerichter in te zetten dan door grote groepen mensen zonder individuele aanleiding te controleren.
Onze oproep aan de gemeenteraad
Controle Alt Delete roept de gemeenteraad op om niet opnieuw te kiezen voor preventief fouilleren als generieke aanpak van wapenbezit. In plaats daarvan vragen wij de raad om:
- Geen preventief fouilleren in te zetten zolang niet aantoonbaar is dat deze maatregel meer bijdraagt aan veiligheid dan alternatieve inzet van politiecapaciteit;
- Politiecapaciteit primair informatiegestuurd in te (laten) zetten bij concrete signalen van wapenbezit;
- Capaciteit te investeren in het oplossen van aangiften en zaken die nu blijven liggen;
- Structureel gebruik te maken van wapeninleveracties;
- Vooraf vast te leggen hoe de effectiviteit van maatregelen tegen wapenbezit wordt gemeten;
- De effecten van politiecontroles op ongelijke behandeling en etnisch profileren actief te monitoren;
- De politie te vragen welke structurele waarborgen sinds 2022 zijn ingevoerd en hoe de naleving daarvan onafhankelijk wordt gecontroleerd.
De vraag voor Amsterdam is uiteindelijk niet of er bij preventief fouilleren soms een wapen wordt gevonden. Dat gebeurt. De vraag is of deze vergaande bevoegdheid aantoonbaar bijdraagt aan een veiligere stad, opweegt tegen de risico’s op ongelijke behandeling en de beste inzet is van schaarse politiecapaciteit. Volgens Controle Alt Delete is dat niet aangetoond. Amsterdam kan daarom beter kiezen voor een gerichte aanpak die wapens daadwerkelijk uit de samenleving haalt, criminaliteit oplost en tegelijkertijd het vertrouwen van bewoners in de politie versterkt.