Theatervoorstelling over politiewerk

Nieuwe voorstelling over de politie

De nieuwe theatervoorstelling ‘Tot het is wat het moet zijn’ gaat over politiewerk. Onderwerpen die aan bod kwamen waren onder meer het aanpakken van seksueel misbruik en huiselijk geweld, geweldsgebruik door de ME, racisme op de werkvloer, etnisch profileren en sympathie – of zelfs werken voor – de PVV in relatie tot het politiewerk. De dialogen waren gebaseerd op gesprekken die de acteurs hadden gevoerd met politieagenten. Op het podium werden deze gesprekken door de acteurs en agenten samen uitvergroot en nagespeeld.

Hoe was de voorstelling?

Het was een wervelende en dynamische voorstelling. De nagespeelde gesprekken waren open, soms ontroerend, soms ontwapenend. Agent Cindy vertelde hoe haar inzet tegen seksueel misbruik onvoldoende werd gewaardeerd. Agent Jeroen deelde dat hij politiek actief was voor de PVV. Agent Dennis vertelde dat hij in zijn eerste jaren moeite had zijn geweldsgebruik in toom te houden. De acteurs reageerden kritisch op de agenten, maar ook nieuwsgierig: had Jeroen voldoende kennis van het koloniale en slavernijverleden? Waarom sloeg Dennis er zo snel op los? In het gesprek dat ontstond kon de kijker zelf een oordeel vormen.

Empathie en begrip

Belangrijke uitgangspunten van de voorstelling waren verbinding, luisteren en empathie. Voor theatergroep Female Economy en theatermaker Adelheid Roosen zijn dat al jaren leidende principes in hun werk – op de pleinen van Amsterdam Zuidoost, een volkstuinpark in Amsterdam-Noord en in de huiskamers van bewoners van Amsterdam Nieuw-West. Ook in deze voorstelling stond het individu centraal: geraakt worden, loskomen van vaste ideeën, vooroordelen afschudden, elkaar werkelijk ontmoeten. De achterliggende gedachte leek: persoonlijke verandering is de basis voor maatschappelijke verandering.

Onze reactie

De nadruk op het individu weerspiegelt ook een bredere reflex binnen de politie: om de mens achter het uniform te tonen en zo begrip te vragen. De theatrale focus op de emotionele ontwikkeling van de agent als individu verhult de institutionele tekortkomingen in de strijd tegen etnisch profileren, buitenproportioneel politiegeweld en racisme op de werkvloer. Etnisch profileren? Bijna de helft van de Nederlandse agenten vindt dat de oververtegenwoordiging van “bepaalde groepen in de misdaadstatieken” een rol mag spelen in de afweging om iemand te controleren. Daarnaast kent de helft van de agenten het beleid niet dat de politie maakte tegen etnisch profileren en is er geen zicht (en dus geen toezicht) op politiecontroles die agenten op straat uitvoeren. Politiegeweld? De manier waarop politiegeweld in Nederland wordt beoordeeld is niet in lijn met jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Racisme op de werkvloer? Ook na de documentaire de Blauwe Familie blijft het stellen en handhaven van een duidelijke norm uit. En als klap op de vuurpijl is de persoon die verantwoordelijk was voor het heimelijk in kaart brengen van moskeegangers nog steeds de landelijke kartrekker van het politieprogramma tegen uitsluiting en discriminatie.

In het licht van deze structurele en institutionele problemen raakte de theatervoorstelling niet de kern van het probleem.Tot slot: waarom zouden burgers naar deze voorstelling moeten gaan, behalve om een mooie en bijzondere theatervoorstelling te zien? Burgers hebben namelijk niet de verantwoordelijkheid om in te grijpen tegen racisme en geweld - dat is aan de politieleiding.