Voor Het Tijdschrift voor de Politie hebben Jair Schalkwijk en Dionne Abdoelhafiezkhan een column geschreven die is gepubliceerd in nr 2, 2026.

Preventief fouilleren wordt regelmatig ingezet als maatregel om wapens van straat te halen en de veiligheid te vergroten. In 2020 doorzocht de politie Zaandam duizenden schoolkluisjes. Daarbij werden drie strafbare wapens gevonden. In Amsterdam leverde preventief fouilleren in de herfst van 2024 in minder dan 1% van de controles een wapen op. In 2024 werd in Rotterdam bij 2,5% van de preventief-fouilleeracties een wapen gevonden.

Om de effectiviteit van preventief fouilleren te beoordelen moet duidelijk zijn hoeveel wapens er vóór en na de acties in omloop zijn. Dat is niet bekend. Daarom kan je niet zeggen dat preventief fouilleren helpt om meer wapens van straat te halen dan de wapens die de politie vindt tijdens acties. Wapens in beslag nemen is waardevol, maar 98 van de 100 mensen hebben geen wapen bij zich. Is preventief fouilleren dan wel een goed idee?

Voorstanders stellen dat controles waarbij geen wapen wordt gevonden ook zinvol zijn. Ze zouden bijdragen aan het veiligheidsgevoel en de zichtbaarheid van de politie in de wijk. Ook korpschef Janny Knol benadrukt het belang van aanwezigheid in de buurt. Daar staat een nadeel tegenover: een risico van preventief fouilleren is etnisch profileren.

Uit onderzoek van Schalkwijk blijkt dat de Nederlandse politie nog onvoldoende doet om etnisch profileren tegen te gaan en is er geen bewijs dat het afneemt. Onderzoek van de Politieacademie liet zien dat bijna de helft van de agenten vindt dat de oververtegenwoordiging van ’bepaalde groepen in de misdaadstatistieken’ een rol mag spelen in de afweging om iemand te controleren. De aanpak van etnisch profileren is helaas dus nog lang niet geslaagd. Dat zien we ook terug in het draagvlak en de ervaringen van mensen met een migratieachtergrond. In onderzoek van het WODC staat dat er onder Rotterdammers met een migratieachtergrond minder draagvlak is voor preventief fouilleren en dat Amsterdammers met een migratieachtergrond vaker negatieve ervaringen hebben met de politie. Bovendien, door het huidige budgetverdeelsysteem heeft de politie meer geld (en menskracht) in gebieden waar meer mensen met een migratieachtergrond wonen.

De politie moet afwegen waar de tijd naartoe gaat

Als zichtbaarheid en contact met burgers het doel zijn, zijn er ook andere manieren om dat te bereiken. Bijvoorbeeld door criminaliteit daadwerkelijk op te lossen. Steeds meer zaken, waaronder high impact crimes, blijven op de plank liggen. Volgens de politie komt dat doordat er onvoldoende capaciteit is. Follow the Money liet echter zien dat deze claim niet klopt: het aantal agenten per duizend geregistreerde misdrijven steeg met 70% tussen 2008 en 2024.

Ook als de politie volhoudt dat er onvoldoende menskracht is, zou de politie moeten afwegen waar de tijd naar toe gaat. In plaats van preventief fouilleren kan de politie deze uren ook investeren in het oplossen van zaken die nu blijven liggen. Dat draagt aantoonbaar bij aan veiligheid én vertrouwen in de politie — iets wat van preventief fouilleren niet vanzelfsprekend kan worden gezegd.