Etnisch profileren in Amsterdam - reflectie

Controle Alt Delete voerde een onderzoek in Amsterdam uit naar indicatoren die inzicht geven in de omvang van etnisch profileren.

In dit dossier leggen we uit:

  • waarom het belangrijk is om te weten hoe vaak etnisch profileren voorkomt
  • hoe wij proberen om de omvang van etnisch profileren in kaart te brengen
  • welke drie knelpunten wij daarbij tegenkwamen en hoe we daar in de toekomst mee omgaan.

Belangrijk om inzicht te hebben in de omvang van etnisch profileren

Er bestaan in Nederland geen kwantitatieve data over de omvang van etnisch profileren. Het is belangrijk dat de politie zicht heeft op het aantal uitgevoerde politiecontroles, de effectiviteit van deze controles (hoeveel boeven gevangen?) en de eerlijkheid van de controles (worden verschillende Nederlanders even vaak gecontroleerd?). Als er geen inzicht is in dit politiewerk op straat, kan de politie nooit meten of etnisch profileren afneemt. De politie heeft dit nodig om aan te kunnen tonen dat de maatregelen tegen etnisch profileren helpen. Als etnisch profileren hetzelfde blijft of zelfs toeneemt, moet dat een aansporing zijn om méér te doen dan dat er nu gebeurt.

Zo brengen wij de omvang van etnisch profileren in beeld

Wij vinden dat het de verantwoordelijkheid is van de overheid om de politiecontacten systematisch te monitoren. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de Nationale politie doen dit echter niet. Politie eenheid Amsterdam heeft het voortouw genomen en Bureau Beke gevraagd om een pilot onderzoek te doen. Dit onderzoek liep parallel aan het pilotonderzoek van Controle Alt Delete dat als doel heeft om cijfers te verzamelen die sterke indicaties geven voor de omvang van etnisch profileren. Deze cijfers zijn verzameld door enquêtes af te nemen onder burgers. We hebben dit de Monitor Etnisch Profileren genoemd. Dit pilotonderzoek vond plaats in Amsterdam en de resultaten kan je hier bekijken.

Drie tips voor de toekomst

In dit artikel bespreken wij op welke manier de Monitor Etnisch Profileren een waardevol instrument kan zijn om zicht te krijgen op etnisch profileren. We doen dit aan de hand van drie onderwerpen.

1. Kijk alleen naar door de politie geïnitieerde contacten

Aan alle respondenten is gevraagd of zij in het afgelopen jaar contact hadden met de politie. Als mensen inderdaad contact hadden met de politie, werd gevraagd hoe het laatste contact tot stand gekomen was (ging de politie naar de respondent toe of andersom), wat de reden was voor het contact, hoe het contact verliep en wat de uitkomst was. Deze manier van vragen stellen hebben we eerder toegepast in ons onderzoek in Amsterdam-West. Ook de onderzoekers van Bureau Beke gingen op deze manier te werk.

Als mensen meerdere contacten hadden met de politie, vroegen wij (en dat deed Bureau Beke ook) naar het laatste contact. De crux zit hier in de woorden ’laatste contact’. Misschien is iemand gisteren naar de politie toegegaan om een inbraak te melden, maar werd deze persoon een week eerder nog door de politie staandegehouden. In ons onderzoek zal de respondent dan aangeven dat de persoon bij het laatste politiecontact zelf naar de politie toe ging. Doordat we alleen vroegen naar het laatste contact, kunnen we bijvoorbeeld niet de volgende conclusie trekken: mensen met een niet-westerse migratieachtergrond worden vaker door de politie benaderd. We weten namelijk niet wat er vóór dat laatste contact gebeurd is. We kunnen wel zeggen: Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond geven vaker dan Nederlandse-Nederlanders aan dat het laatste contact met de politie geïnitieerd werd door de politie. Om beter zicht te krijgen op het aantal door de politie geïnitieerde contacten, kunnen onderzoekers (inclusief onszelf) de volgende keer beter alléén vragen naar door de politie geïnitieerde contacten.

2. Een vergelijking is maken is moeilijk, maar wellicht ook niet nodig

De common sense van etnisch profileren is het maken van een vergelijking: worden Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond vaker door de politie benaderd dan Nederlandse-Nederlanders? En worden zij disproportioneel vaker benaderd? Het probleem hierbij is dat we geen benchmark hebben. Waar moet je de gevonden verschillen tegen af zetten? Er is namelijk een verschil tussen de demografie van een stad of wijk en de demografie van het straatbeeld. Bovendien zijn er ook vaak mensen van buiten de wijk aanwezig, en kunnen mensen in een andere stad dan waar zij wonen met de politie in aanraking komen. Wij - en andere onderzoekers - kunnen daarom de contactfrequentie (hoe vaak hadden mensen politie-geïnitieerd contact) niet zomaar afzetten tegen de totale populatie van de buurt of stad.

Er zijn dan twee opties: 1) alsnog de vergelijking maken en daarbij de kanttekening plaatsen dat er een benchmark probleem is. Of: 2) de cijfers presenteren zonder een vergelijking.

In dit onderzoek hebben wij gekozen voor de eerste optie. De tweede optie is zullen we in een volgend onderzoek verkennen. Uit ons onderzoek bleek dat 46% van de Marokkaans-Nederlandse respondenten (in het afgelopen jaar, bij het laatste politiecontact) door de politie werd benaderd. Dit feit heeft wellicht al voldoende zeggingskracht ook zonder een vergelijking met in achtneming van een benchmark.

3. Kijk níet naar mogelijk verkeerd gedrag

Om te kunnen beoordelen of de politie iemand terecht benadert, moet je kijken of het contact te rechtvaardigen is. Als iemand zonder gordel rijdt, is het terecht dat de politie je stopt en bekeurt.

De resultaten uit ons onderzoek laten zien dat het vangstpercentage per herkomstgroep even hoog is. Jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond geven even vaak als Nederlands-Nederlandse jongeren aan dat zij als gevolg van het politiecontact een boete kregen, gewaarschuwd werden of mee moesten naar het bureau. Deze bevinding laat zien dat het disproportioneel vaak controleren van jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond niet gerechtvaardigd is. Deze jongeren zijn, blijkens deze uitkomst, namelijk niet vaker crimineel. Dat bleek overigens al uit eerder onderzoek.

De bevinding dat het vangstpercentage per herkomstgroep even hoog is, strookt niet met de bevinding dat 40% van de respondenten met een niet-westerse migratieachtergrond het onterecht vond dat de politie ze benaderde. Als de politie mensen mét een migratieachtergrond vaker benadert (zoals uit onze data blijkt) zal deze groep ook vaker beboet worden. Wie zoekt zal vinden, dat geldt ook voor de politie.

Doe mee

Zet je in tegen etnisch profileren en buitenproportioneel geweld