Twee individuele burgers, Amnesty International, Controle Alt Delete, antidiscriminatiebureau RADAR en het Public Interest Litigation Project van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (PILP-NJCM) zijn een rechtszaak begonnen omdat mensen, onder wie ‘niet-witte’ Nederlanders, etnisch geprofileerd worden tijdens controles aan de grens. Genoemde organisaties en burgers hebben op 26 februari 2020 de Nederlandse staat (het ministerie van Justitie en Veiligheid, het ministerie van Defensie en in het bijzonder de Koninklijke Marechaussee) gedagvaard. De eisers vragen de rechter om een grens te trekken en een einde te maken aan discriminerende grenscontroles.
Amnesty International, Controle Alt Delete, het PILP-NJCM, antidiscriminatiebureau RADAR en de individuele burgers hebben de regering herhaaldelijk gewezen op de schadelijke effecten van etnisch profileren. Ook internationale toezichthouders op de mensenrechten wijzen de Nederlandse staat al jaren op haar plicht om burgers tegen discriminatie te beschermen en etnisch profileren te voorkomen. Desondanks heeft de Koninklijke Marechaussee nog altijd een werkwijze die resulteert in etnisch profileren en worden ‘niet-witte’ mensen bij grenscontroles gediscrimineerd.
De twee burgers die eiser zijn in deze zaak hebben geklaagd bij de Koninklijke Marechaussee en de Nationale ombudsman. De betrokken maatschappelijke organisaties en de twee burgers hebben herhaaldelijk aangegeven in gesprek te willen gaan over het voorkomen van etnisch profileren. Ook de Nationale ombudsman heeft zich al eens met de kwestie bemoeid. In het rapport ‘Uit de rij gehaald’ maakt de Nationale ombudsman duidelijk dat etnisch profileren niet mag en dat bij de werkwijze van de Koninklijke Marechaussee discriminatie op de loer ligt. Dit alles heeft niet tot wezenlijke verbeteringen geleid. Met deze rechtszaak vragen de eisers de rechter om een grens te trekken en te verbieden dat de Koninklijke Marechaussee etniciteit gebruikt bij selectiebeslissingen en in risicoprofielen voor grenscontroles.
Met deze rechtszaak vragen de eisers de rechter om een grens te trekken en de staat te verbieden dat de Koninklijke Marechaussee etniciteit gebruikt bij selectiebeslissingen en in risicoprofielen voor grenscontroles.
Op 22 september 2021 gaf de rechtbank een oordeel. De coalitie is daartegen in hoger beroep gegaan. Op 8 december 2022 behandelde het Gerechtshof het hoger beroep. Op 14 februari 2023 deed het hof uitspraak.
De eisers vorderen dat de rechtbank:
- voor recht verklaart dat het opstellen en gebruiken van risicoprofielen ten behoeve van MTV-controles waarvan etniciteit deel uitmaakt, in strijd is met het discriminatieverbod;
- voor recht verklaart dat het nemen van selectiebeslissingen bij de uitvoering van MTV-controles die gebaseerd zijn op etniciteit, in strijd is met het discriminatieverbod;
- de staat verbiedt ten behoeve van MTV-controles risicoprofielen op te stellen en te gebruiken waarvan etniciteit (mede) deel uitmaakt;
- de staat verbiedt bij de uitvoering van MTV-controles selectiebeslissingen te nemen die (mede) gebaseerd zijn op etniciteit;
- de staat beveelt om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van MTV-controles geen directe of indirecte discriminatie plaatsvindt.
De maatschappelijke organisaties en ook de twee individuele burgers vragen dus geen schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde op 22 september 2021 dat deze grenscontroles leiden tot een verschil in behandeling tussen mensen dat mede op etniciteit is gebaseerd, maar dat verschil vond de rechtbank gerechtvaardigd. De rechters oordeelden dat iemands huidskleur “een objectieve aanwijzing kan zijn voor iemands vermeende nationaliteit” en daarmee van belang is voor de vraag of iemand een geldige verblijfstitel in Nederland heeft. De KMar mag dus, volgens de rechtbank, selectiebeslissingen maken waarbij gebruikt gemaakt wordt van uiterlijke kenmerken.
De coalitie is in hoger beroep gegaan. Het Gerechtshof behandelde het hoger beroep op 8 december 2022. Huidskleur kan geen objectieve aanwijzing zijn voor iemands herkomst of nationaliteit, zo stelt de coalitie. Het gaat uit van een verouderd en onjuist beeld dat er een typische Nederlander bestaat en dat die Nederlander wit is.
De coalitie vraagt het hof expliciet om het beleid van de KMar te toetsen aan de mensenrechten en aan de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Een verschil in behandeling dat is gebaseerd op iemands etniciteit of huidskleur mag nooit. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft dit in meerdere uitspraken bevestigd. De enige uitzondering in die uitspraken, is dat onderscheid op grond van etniciteit mag worden gemaakt als het gebruikt wordt om mensen te helpen en daarmee feitelijke ongelijkheid te corrigeren.
Het hof heeft in zijn arrest van 14 februari geoordeeld dat als een etnisch kenmerk wordt gebruikt bij de selectiebeslissing, dat altijd beslissend is, ook als die selectie op meerdere indicatoren berust. Het gerechtshof oordeelde dat de huidige werkwijze van de KMar een vorm van rassendiscriminatie is en heeft deze werkwijze verboden. Het hof heeft bepaald dat de Koninklijke Marechaussee haar werkwijze per direct moet aanpassen, ongeacht of de Staat in cassatieberoep gaat tegen deze uitspraak.
De coalitie wil etnisch profileren bij grenscontroles tegengaan. Daarom vraagt de coalitie aan de rechter om het gebruik van etniciteit in risicoprofielen te verbieden.
Marechaussees besluiten om de ene persoon die de grens passeert wél te controleren en de andere niet. Die selectiebeslissingen – dus dat onderscheid tussen mensen – is mede ingegeven door de (veronderstelde) etniciteit van de mensen. Het is belangrijk te bedenken dat het bij de selectiebeslissingen niet gaat om mensen die verdacht worden van een specifiek strafbaar feit.
Marechaussees leggen een link tussen bepaalde criminaliteitsfenomenen en etniciteit. Het gaat daarbij om iemands (veronderstelde) etniciteit en niet om iemands nationaliteit in juridische zin. Ook hanteert de Koninklijke Marechaussee risicoprofielen waarin etniciteit, naast andere kenmerken, is opgenomen. Door deze werkwijze en risicoprofielen worden ‘niet-witte’ mensen sneller, eerder of vaker gecontroleerd dan ‘witte’ mensen. Dat is etnisch profileren.
Bij grenscontroles selecteren marechaussees mensen onder meer op grond van hun uiterlijk voorkomen, huidskleur, of afkomst (etniciteit). Dit bepaalt mede of iemand wel of niet uit de rij wordt gehaald. Ook hanteert de Koninklijke Marechaussee algemene risicoprofielen waarin etniciteit voorkomt, zoals mannen die snel lopen, goed gekleed zijn en die er ‘niet Nederlands’ uit zouden zien. Dit is etnisch profileren. Dat is een vorm van discriminatie die in strijd is met de mensenrechten en het Nederlands recht en is dus verboden.
De werkwijze en het beleid van de Koninklijke Marechaussee leidt tot etnisch profileren. De wettelijke bevoegdheid voor grenstoezicht is ruim en vaag geformuleerd. De handelingsvrijheid (discretie) van marechaussees is groot. En er zijn geen strikte instructies. Dat biedt ruimte voor (subjectieve) inschattingen en vooroordelen. Ook is er geen systematisch toezicht op de uitvoering. Deze grote handelingsvrijheid werkt etnisch profileren in de hand. Daarnaast hanteert de Koninklijke Marechaussee ook risicoprofielen die etnisch geladen zijn. Dat etnisch profileren beleid is, blijkt ook uit antwoorden op vragen van Kamerleden. De bewindspersonen die verantwoordelijk zijn voor de Koninklijke Marechaussee (KMar) schrijven: “De KMar gebruikt profielen die berusten op historische ervaringen en cijfers, informatie, inlichtingen en risico-indicatoren. Op basis van deze profielen wordt met behulp van technische middelen bepaald wie wordt gecontroleerd. Ook wordt gekeken naar afwijkingen van de norm, risico-indicatoren en specifieke signaleringen van personen. Het uiterlijk voorkomen (waaronder etniciteit) kan hier onderdeel van uitmaken, maar altijd in combinatie met andere objectieve indicatoren of informatie.”
Dat weet niemand precies. De uitvoering van het grenstoezicht wordt niet systematisch gemonitord. Er zijn dan ook geen (publieke) cijfers over onder meer het aantal mensen dat wordt gecontroleerd, het aantal strafbare feiten dat daarbij aan het licht is gekomen, etcetera. Er zijn wel onderzoeken die erop wijzen dat er opvallend veel ‘niet-witte’ mensen worden gecontroleerd. Maar, hoeveel vaker ‘niet-witte’ mensen worden gecontroleerd (de disproportionaliteit), is onbekend.
Marechaussees kunnen nog steeds profileren op bepaalde routes, type voertuigen en kijken naar het gedrag van mensen. Alleen etniciteit mag daarbij geen rol spelen. Bijkomend voordeel is dat de KMar hiermee ook zicht krijgt op de mensen die niet voldoen aan het stereotype beeld waar de KMar mee werkt, zoals “mensen uit Afrika”. De KMar kan bijvoorbeeld ook alle inzittenden van een bepaald vliegtuig controleren, net zoals bij wegcontroles soms alle passagiers van een touringcar hun paspoort moeten laten zien. Daar is geen enkele wettelijke belemmering voor.
Het hof concludeert dat de KMar tijdens de rechtszaak geen enkel onderzoek kon aandragen waaruit blijkt dat effectief handhaven onmogelijk is zonder op kleur te letten. Uit geen enkel serieus wetenschappelijk onderzoek blijkt dan ook dat etnisch profileren effectief is. Uit onderzoek blijkt juist dat etnisch profileren contraproductief is, omdat discriminatie leidt tot wantrouwen in wetshandhavers en de overheid in bredere zin. Dit wantrouwen leidt tot een verslechterde informatiepositie voor wetshandhavers onder de gemeenschappen die getroffen worden door etnisch profileren, wat de effectiviteit van wetshandhaving juist ondermijnt.