Antwoorden Halsema roepen nieuwe vragen op

Onduidelijk hoeveel agenten in Amsterdam op de hoogte zijn van nieuw beleid tegen etnisch profileren. De politie monitort niet of agenten zich aan de nieuwe richtlijnen houden. 

donderdag 23 augustus 2018

Denk Amsterdam heeft voor de zomer raadsvragen gesteld aan de burgemeester over het handelingskader proactief controleren. Daarop zijn nu antwoorden gekomen.

Gestelde Raadsvragen
Het handelingskader is “een richtsnoer voor alle agenten en een van de maatregelen om het vakmanschap bij proactieve controles te vergroten”. Uiterlijk in juni 2018 moeten álle politieagenten op de hoogte zijn gebracht van het nieuwe handelingskader. De vraag is daarom: is het handelingskader nu echt uitgelegd aan alle agenten, en hoe meet de politie of iedereen zich eraan houdt?

Goed nieuws: handelingskader wordt verspreid
De antwoorden op vraag 2 en 3 maken duidelijk dat het handelingskader onderdeel uitmaakt van verschillende trainingen. De burgemeester zegt dat daarin is meegenomen dat zij burgers niet mogen controleren, omdat zij (op het oog) behoren tot een groep die oververtegenwoordigd is in de misdaadstatistieken of omdat zij wat betreft enkel hun uiterlijk in die buurt ‘niet thuishoren’.

Onduidelijk hoeveel agenten getraind zijn
De antwoorden geven geen inzicht in hoeveel agenten getraind zijn. De burgemeester antwoordt: “het handelingskader wordt in alle basisteams onder de aandacht gebracht”. Dat is een vaag antwoord: zijn alle agenten nu wel of niet op de hoogte gebracht? Om hoeveel agenten gaat het? 

Toepassen van het kader wordt niet gemonitord
De laatste vraag is hoe de politie gaat meten of iedereen zich aan de nieuwe richtlijnen houdt? Volgens de burgemeester gebeurt dat op de volgende drie manieren: er komen nieuwe vragen in de Veiligheidsmonitor, een landelijke politiewerkgroep ontwikkelt een nieuwe monitorinstrument en de vakontwikkeling wordt gemonitord via een interne enquête.

Er komen nieuwe vragen in de Veiligheidsmonitor. Dat zal inzicht geven in de ervaring en beleving van burgers, maar niet op de vraag of agenten zich houden aan het handelingskader. Dit levert geen antwoord op de vraag op.

Een landelijke politiewerkgroep ontwikkelt een nieuwe monitorinstrument. Het doel van de nieuwe applicatie is om de politiecontroles verder te professionaliseren, niet om etnisch profileren te monitoren om of te meten of agenten zich houden aan het handelingskader. Dat zegt de politie zelf. Ook dit is dus geen antwoord op de vraag.

De vakontwikkeling wordt gemonitord via een interne enquête. Goed idee, maar het is onduidelijk naar welke enquête wordt verwezen, welke vragen daarin worden gesteld en of de resultaten hiervan publiek gemaakt worden. Hoe gaat een enquête, door agenten zelf ingevuld, inzicht geven in de mate waarin zij zich houden aan het handelingskader?

Conclusie
De antwoorden laten zien dat de politie het handelingskader serieus neemt en inbed in allerlei trainingen. Toch is het onduidelijk hoeveel agenten (niet) getraind zijn en ook blijkt uit de antwoorden dat de politie niet monitort of agenten zich aan de nieuwe richtlijnen houden. De gemeenteraad van Amsterdam moet zich niet met een kluitje in het riet laten sturen en aandringen op meer inzicht en vooral: beter monitoren van de politie in de uitvoering van (procatieve) politiecontroles.