Voor Cahier politiestudies schreven we (Jair Schalkwijk, Dionne Abdoelhafiezkhan en Cemil Yilmaz) een essay over de neutraliteitsvoorschriften van de politie:

In 2022 stelde een leidinggevende politieagent, mede-verantwoordelijk voor het Nederlandse landelijke diversiteitsbeleid, dat agenten een hoofddoek zouden moeten kunnen dragen (NOS, 2022). Mevrouw Helder, Tweede Kamerlid voor de extreem-rechtse en anti-Islamitische politieke partij PVV, reageerde met een motie waarin zij benadrukte dat de neutraliteit van het politie-uniform moet worden gehandhaafd en dat de hoofddoek daar niet bijhoort (Tweede Kamer, 2022). Zij verzocht de regering om dit via aangepaste regelgeving expliciet vast te leggen. De motie kreeg een meerderheid en een jaar later werd de kledingregeling van de politie aangepast. Er staat nu:
 
“Bij het dragen van het uniform onthoudt de ambtenaar, in contact met het publiek, zich van zichtbare uitingen van overtuiging en religie of een andere vorm van lifestyle, die afbreuk doet aan de gezagsuitstraling, neutraliteit en veiligheid van de politiefunctie.[1]
 
De nieuwe inhoud van de kledingregeling is in lijn met de gedragscode lifestyle-neutraliteit. Deze gedragscode, die sinds 2011 van kracht is, verbiedt:
 
“zichtbare uiting(en) van (levens)overtuiging, religie, politieke overtuiging, geaardheid, beweging, vereniging of andere vorm van lifestyle, die afbreuk doet aan de gezagsuitstraling, neutraliteit en veiligheid van de politiefunctie, zichtbare accessoires die op enige wijze voor de politieambtenaar letsel kunnen opleveren, zichtbare tatoeages, zichtbare piercings of andere zichtbare opzichtige lichaamsversieringen en een uitzonderlijke haardracht en/of haarkleur(Tweede Kamer, 2010).
 
Kortom, zowel de kledingregeling als de gedragscode hebben tot doel dat politieambtenaren zich onthouden van uitingen of gedrag dat afbreuk doet aan de gezagsuitstraling, neutraliteit en veiligheid.
 
Neutraliteit
De politie dient de wet, niet een religie, ideologie of politieke stroming. In de Nederlandse Grondwet zijn grondrechten verankerd zoals gelijke behandeling (art. 1), godsdienstvrijheid (art. 6), vrijheid van meningsuiting (art. 7) en vrijheid van vereniging (art. 8). Het woord ‘neutraliteit’ komt in de Grondwet niet voor. In wetenschappelijke literatuur over overheidsoptreden wordt neutraliteit echter wel als een belangrijk principe beschouwd. In de theorie over procedurele rechtvaardigheid van Tyler (2003) is neutraliteit een onderdeel van de kwaliteit van besluitvorming door overheidsambtenaren, waaronder ook politieagenten. Bij het duiden van wat neutraliteit precies is, is het zinvol om een onderscheid te maken tussen neutraal handelen en een neutraal voorkomen (Hutten & Mustafa, 2023). Bij de Nederlandse politie ligt de nadruk vooral op zichtbare neutraliteit (Çankaya, 2016). Dat is ook duidelijk terug te zien in de gedragscode lifestyle-neutraliteit en de PVV-motie tegen de hoofddoek bij de politie. Hutten en Mustafa (2023) wijzen erop dat neutraliteit primair wordt ingevuld als het vermijden van zichtbare religieuze kenmerken, waardoor het afhankelijk wordt van de dominante witte opvatting over wat als neutraal of juist afwijkend wordt gezien. Dat leidt er volgens hen toe dat ‘neutrale’ kledingvoorschriften in de praktijk discrimineren op grond van religie, gender en ‘ras’, omdat het kledingvoorschrift op de werkvloer hoofdzakelijk Islamitische vrouwen van kleur raakt. Deze analyse laat zien dat ogenschijnlijk neutrale regels in de praktijk ongelijk kunnen uitwerken voor verschillende groepen.
 
Naast discriminatie door dit ‘neutrale kledingvoorschrift’, hebben moslims ook op andere gebieden te maken met racisme en discriminatie. In Nederland komt dit onder meer tot uitdrukking in discriminatie op de arbeidsmarkt en in de horeca, etnisch profileren door de politie, het gebruik van risicoclassificaties zoals CTER-codes, heimelijke observaties bij moskeeën in opdracht van gemeentes en bredere institutionele misstanden zoals het toeslagenschandaal (Abdoelhafiezkhan & Schalkwijk, 2024; Thijssen, 2025). Uit Europees vergelijkend onderzoek blijkt dat Nederlandse moslims, mede als gevolg van etnisch profileren, het laagste  vertrouwen hebben in de politie van alle Europese landen (FRA, 2017). In al deze voorbeelden spelen religieuze en etnische kenmerken een rol bij de risicoselecties. Kennisinstituut KIS noemt dit anti-moslimracisme (Felten & Vlug, 2023). Daarnaast is er sprake van een toename van islamofobe incidenten, variërend van discriminatie en moslimhaat tot geweld tegen moslims en islamitische voorzieningen.
 
Politieke neutraliteit
De discussie over neutraliteit bij de politie beperkte zich de afgelopen jaren tot religieuze kenmerken, in het bijzonder de hoofddoek. Minder aandacht was er voor de politieke betrokkenheid van politieambtenaren. In Nederland staat het ambtenaren vrij lid te zijn van een politieke partij of zich verkiesbaar te stellen, mits belangenverstrengeling wordt voorkomen. In de praktijk zijn politieambtenaren actief (geweest) voor uiteenlopende partijen, variërend van linkse tot rechtse stromingen. In het bijzonder relevant is de situatie waarin een politieke partij standpunten inneemt die op gespannen voet staan met fundamentele rechtsstatelijke beginselen, zoals gelijke behandeling of vrijheid van godsdienst. Dit is bijvoorbeeld bij de politieke partij PVV het geval. De PVV heeft sinds jaar en dag een anti-moslimagenda. In het verkiezingsprogramma van 2023 stelde de politieke partij nog dat islamitische scholen, korans en moskeeën verboden moeten worden (PVV, 2023). De ‘Nederlandse’ cultuur werd volgens de PVV bedreigd door “het binnenlaten van mensen uit niet-westerse, islamitische, landen, waardoor Syrische terroristen het land binnenkomen.” De PVV wil het dragen van een hoofddoek in de Eerste en Tweede Kamer en andere overheidsgebouwen verbieden (PVV, 2025). Daarnaast staat fractieleider en enig lid van de PVV Geert Wilders in goed contact met radicaal rechtse leiders in Europa, die samen strijden tegen de islam in Nederland (Abalhaj & Rutten, 2025).
 
Naast religieuze symbolen verbiedt de gedragscode van de politie ook uitingen van politieke overtuigingen. Over dit verbod is echter nauwelijks publiek of politiek debat ontstaan. Dat debat had er wel degelijk kunnen zijn, bijvoorbeeld toen een politieagent Kamerlid werd voor de PVV en na zijn tijd in de Tweede Kamer terugkeerde bij de politie. Ook recenter zijn er voorbeelden waarin politieagenten hun politieke betrokkenheid publiekelijk uiten. Zo vertelde een agent in een publieke theatervoorstelling dat hij actief was voor de PVV (Controle Alt Delete, 2025). Deze voorbeelden hebben tot op heden echter niet geleid tot een breder debat over de vraag hoe actieve betrokkenheid bij een politieke partij zich verhoudt tot de gewenste neutrale houding van politieagenten.
 
 
Conclusie en discussie
Indien een politieambtenaar actief betrokken is bij een partij met expliciete antimoslim standpunten dan kan dat – in elk geval in perceptie – de schijn van partijdigheid oproepen bij burgers met een islamitische achtergrond. Hier ontstaat een asymmetrie: zichtbare religieuze identiteit wordt uitgesloten met een beroep op een neutraal voorkomen, terwijl actieve politieke betrokkenheid bij partijen met uitgesproken standpunten over specifieke germarginaliseerde gemeenschappen toelaatbaar blijkt. Politieagenten moeten een neutraal voorkomen hebben, maar mogen zich aansluiten bij een partij die niet-neutraal handelen voorstaat. Dat roept de principiële vraag op wat zwaarder weegt voor de neutraliteit van de politie: een religieus symbool zonder aantoonbare invloed op neutraal handelen in de praktijk, of actieve betrokkenheid bij een politieke beweging met normatieve opvattingen over de rechtspositie van bepaalde groepen in de samenleving?
 
Wie zich beroept op neutraliteit om de hoofddoek te verbieden, zou met datzelfde argument ook moeten bepleiten dat politieagenten geen politieke functies vervullen of zich actief inzetten voor partijen met vergelijkbare idealen en doelstellingen. Wanneer wordt ingezet op een neutraal voorkomen, terwijl politieke betrokkenheid bij partijen die niet-neutraal handelen voorstaan in beginsel is toegestaan, wordt de waarde van neutraliteit uitgehold. Dat dit in de praktijk niet gebeurt, laat zien dat het neutraliteitsbegrip selectief wordt toegepast. In de huidige invulling worden zichtbare religieuze uitingen uitgesloten, terwijl politieke betrokkenheid in beginsel is toegestaan. Hierdoor verliest neutraliteit haar functie als waarborg tegen partijdig handelen en verwordt zij tot een norm die gemarginaliseerde gemeenschappen opnieuw treft. Het is daarom beter om neutraliteit breder te interpreteren, in lijn met wat Hutten & Mustafa (2023) inclusieve neutraliteit noemen. Neutraliteit moet daarbij worden opgevat als onpartijdigheid, gericht op gelijke behandeling.
 
Om politieagenten hier in de praktijk bij te ondersteunen, zou de focus daarnaast moeten liggen op twee andere kernbegrippen: representatie en professionaliteit. Representatie houdt in dat de politie een afspiegeling vormt van de samenleving en dat burgers zich in alle lagen van de organisatie kunnen herkennen. Zichtbare diversiteit kan bijdragen aan toegankelijkheid en vertrouwen, zonder dat dit afbreuk doet aan professioneel handelen. Professionaliteit betreft het daadwerkelijk onpartijdig en rechtsstatelijk functioneren: handelen zonder discriminatie, willekeur of vooringenomenheid. Een heroriëntatie richting representatie en professionaliteit kan bijdragen aan een politie die zowel gezaghebbend als inclusief is. De kernvraag is uiteindelijk niet of een hoofddoek wel of niet toelaatbaar is, maar hoe de politie kan waarborgen dat agenten zichtbaar en aantoonbaar rechtvaardig handelen. Wanneer neutraliteit wordt ingezet om religieuze uitingen te beperken, terwijl tegelijkertijd structurele zorgen bestaan over discriminatoir handelen, kan de indruk ontstaan dat uiterlijk zwaarder weegt dan professioneel gedrag – en dat kan uiteraard niet de bedoeling zijn.
 
Bronnen
Abalhaj, O. & Rutten, R. (2025). Bont gezelschap van radicaal-rechtse partijen bijeen in Madrid: Wilders prijst de Spanjaarden om hun ‘strijd tegen de islam’. In NRC, te raadplegen via https://www.nrc.nl/nieuws/2025/02/08/bont-gezelschap-van-radicaal-en-extreemrechtse-partijen-bijeen-in-madrid-wilders-prijst-de-spanjaarden-om-hun-strijd-tegen-de-islam-a4882471
 
Abdoelhafiezkhan, D. & Schalkwijk, J. (2024). Institutional racism in the Netherlands. In opdracht van de Migration Policy Group. Te raadplegen via https://static1.squarespace.com/static/55365401e4b09e4686bbce9a/t/678e5b2b263e8f060d06882c/1737382701623/MPG_IZI+report+on+institutional+racism+in+the+Netherlands_def+with+footer.pdf
 
Çankaya, S. (2016). Normbeelden als alternatief voor politiecultuur: de integere, neutrale en loyale supercop. Tijdschrift voor veiligheid, 15(0203), 15-32. Te raadplegen via https://www.boomportaal.nl/tijdschrift/TvV/TvV_1872-7948_2016_015_203_002
 
Controle Alt Delete (2025). Theatervoorstelling over politiewerk. Te raadplegen via https://controlealtdelete.nl/articles/theatervoorstelling-over-politiewerk#gsc.tab=0
 
Felten, H. & Vlug, J. (2023). Moslimdiscriminatie en islamkritiek: wat betekent dat en wat zijn de verschillen? Kennisplatform Inclusief Samenleven. Te raadplegen via https://www.kis.nl/sites/default/files/2023-08/Verschil-tussen-islamkritiek-en-antimoslimracisme.pdf
 
FRA (2017). Second European Union Minorities and Discrimination Survey Muslims – Selected findings. European Union Fundamental Rights Agency. Te raadplegen via https://controlealtdel.wpengine.com/wp-content/uploads/2021/07/1508148628_fra-2017-eu-minorities-survey-muslims-selected-findings-en.pdf
 
Hutten & Mustafa (2023). De schijn van neutraliteit. NTM-NJCMBull. 2023/28. Te raadplegen via https://ntm-mensenrechten.nl/article/download/18889/20802/42198
 
NOS (2022). Coördinator racismebestrijding politie vindt dat agent met hoofddoek moet kunnen. Te raadplegen via https://nos.nl/artikel/2450619-coordinator-racismebestrijding-politie-vindt-dat-agent-met-hoofddoek-moet-kunnen
 
PVV (2023). Nederlanders weer op 1. PVV verkiezingsprogramma 2023. Te raadplegen via https://www.pvv.nl/images/2023/PVV-Verkiezingsprogramma-2023.pdf
 
PVV (2025). Dit is uw land! Verkiezingsprogramma 2025-2029. Te raadplegen via https://www.pvv.nl/images/2025/PVV_Programma_Digi_2025.pdf
 
Thijssen (2025). Cumulatieve, intersectionele discriminatie onder Turkse en NoordAfrikaanse Nederlanders, in vergelijkend Europees perspectief. In opdracht van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Te raadplegen via https://www.staatscommissietegendiscriminatieenracisme.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2025/3/21/voortgangsrapportage—keer-op-keer.-inzichten-in-gestapelde-discriminatie-ervaringen-in-nederland-en-europa/Achtergrondstudie+-+Cumulatieve+intersectionele+discriminatie.pdf
 
Tweede Kamer (2010). Kamerstukken II 2010/11, 29628, 267. Te raadplegen via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-129279.pdf
 
Tweede Kamer (2022). Motie van het lid Helder over middels aangepaste of aanvullende regelgeving het dragen van een hoofddoek door politieambtenaren tegengaan. Te raadplegen via https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2022Z22336&did=2022D48178
 
Tyler, T. R. (2003). Procedural justice, legitimacy, and the effective rule of law. Crime and
Justice, 30, 283–357.
 
 

[1] Artikel 2a, Kledingregeling politie 2014.