Vandaag, op 1 oktober 2026, hebben de nabestaanden van Eggy Uitenwerf definitief gelijk gekregen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Eggy overleed in 2016, tien jaar geleden, na politiegeweld in Rotterdam. De uitspraak van het EHRM is voor de nabestaande een belangrijke erkenning. Tegelijkertijd is de uitspraak een tik op de vingers van de politie, die betere training moet geven, en de vingers van Nederlandse gerechtshoven, die het Europees recht beter moeten toepassen.
Wat is er gebeurd?
23 november 2016. Eggy, een Surinaams-Nederlandse man van 58 jaar vertoonde verward gedrag op straat. Althans, dat is wat omstanders dachten. Eggy gilde en sloeg op zijn borstkas en riep: mijn hart, het gaat niet goed met mijn hart. Omstanders alarmeerden de politie, die even later ter plaatse kwam.
Eggy vluchtte voor de politie en ging naar binnen in zijn woning in Rotterdam. Agenten kwamen achter hem aan, forceerden de deur en hielden hem aan. Eggy werkte mee, stak zijn handen in de lucht en ging op de grond liggen. Toen agenten hem handboeien wilden omdoen, verzette hij zich. Daarop hebben de vier aanwezige agenten gestompt in zijn ribben en schouders en hem in bedwang gehouden door op hem te zitten. Een van de agenten gaf hem met een gesloten vuist een stomp tegen zijn achterhoofd.
Eggy verzette zich, probeerde de agent te slaan, en toen grepen de agenten zijn armen. Omdat Eggy nog steeds niet meewerkte, werd een politiehond ingezet die hem in zijn been beet. Daarna werd Eggy overmeesterd. Op het politiebureau verloor hij zijn bewustzijn en overleed hij.
De rechtszaak
Na een onderzoek van de Rijksrecherche beslooot het OM besloot om de betrokken agenten niet te vervolgen. Uit het onderzoek van de Rijksrecherche bleek dat hij een hoge concentratie cocaïne in zijn bloed had. Een causaal verband tussen zijn overlijden en het geweldsgebruik kon niet worden vastgesteld.
De nabestaande van Eggy, zijn vriendin, legde de zaak daarom met hulp van advocaat Richard Korver voor aan het Nederlandse gerechtshof. Het Nederlandse gerechtshof vond dat er sprake was van huisvredebreuk, en dat de vuistslag op het achterhoofd niet gegeven mocht worden, maar oordeelde dat de betrokken agenten niet vervolgd hoefden te worden. Een van de redenen was dat deze a gent geen specialistische training had gevolgd om met personen met verward gedrag om te gaan.
Daarna stapte de nabestaande, nog steeds met hulp van Korver, naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg. Na acht jaar wachten oordeelde het EHRM dat dat de Nederlandse overheid in strijd handelde met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De vriendin van Eggy kreeg gelijk. Op 30 september 2026 is dat oordeel definitief geworden, omdat Nederland niet in hoger beroep is gegaan.
Hoe oordeelde het Europees Hof?
Het EHRM heeft vaste rechtspraak voor het beoordelen van geweldsgebruik. Als iemand bij een aanhouding vlucht, verzet pleegt, of als er gevaar is, dan mogen politieagenten geweld gebruiken. De overheid, in dit geval Nederland, moet bewijzen dat het geweld strikt noodzakelijk was in het licht van het gedrag van de persoon waartegen geweld gebruikt werd. Het EHRM stelt vast dat Eggy ongewapend was, dat de agenten niet gewond geraakt zijn en dat hun leven niet in gevaar was. Bovendien waren ze met vier mensen, plus een hond, tegen één persoon.
Het EHRM zegt dat de agenten niet goed getraind waren om met deze situatie om te gaan. Toch riepen ze geen hulp in van professionals en maakten ze niet een goed plan hoe hiermee om te gaan. Het EHRM concludeert dat Nederland heeft nagelaten om te bewijzen dat dit specifieke geweld strikt noodzakelijk en proportioneel was om het verzet te breken. Dat is een ingewikkelde manier om te zeggen dat het politiegeweld niet strikt noodzakelijk was en dus in strijd met artikel 3 EVRM.
Wat vindt Controle Alt Delete ervan?
Wij feliciteren Liesbeth en de andere nabestaanden van Eggy. Het is voor hen ontzettend belangrijk dat zij in het gelijk gesteld zijn, nadat zij acht jaar op een oordeel van het EHRM gewacht hebben. In het oordeel van het EHRM vallen daarnaast twee dingen op die relevant zijn voor Nederland: voor de politie én voor de Blauwe Kamer van het gerechtshof.
Voor de politie
Het Nederlandse gerechtshof besloot om de betrokken agent niet te vervolgen, mede om de reden dat hij geen specialistische training had gevolgd om met personen met verward gedrag om te gaan. Het EHRM redeneert fundamenteel anders. Het Europees Hof bekritiseert dat de politieagenten geen gedegen plan van aanpak maakten, terwijl ze wisten dat Eggy verward gedrag vertoonde, ze hier niet voor getraind waren en zij geen specialistische hulpverleners erbij betrokken.
De politie zou op deze uitspraak moeten reageren door ofwel agenten beter te trainen, dan wel agenten een stap terug te laten doen en de hulp van professionals in te roepen, zoals Controle Alt Delete eerder schreef. Het (bizarre en door het Nederlandse gerechtshof omarmde) argument dat agenten niet vervolgd kunnen worden omdat ze niet goed getraind zijn om met personen met verward gedrag om te gaan, gaat in ieder geval niet meer op.
Voor het Nederlandse gerechtshof
Het EHRM begrijpt niet waarom het Nederlandse gerechtshof de vuistslag op het achterhoofd niet goed vond en tóch geen vervolging instelde. In het verlengde daarvan stelde het EHRM dat het Nederlandse gerechtshof niet goed heeft uitgelegd waarom de vuistslag geen mishandeling zou opleveren. Het EHRM verwijt het Nederlandse gerechtshof een “gebrek aan helderheid” dat invloed heeft op de algehele beoordeling van de vraag of het politiegeweld strikt noodzakelijk was.
Deze kritiek van het EHRM komt niet uit de lucht vallen. In een artikel in het NJB van Jair Schalkwijk van Controle Alt Delete liet hij zien dat het Amsterdamse gerechtshof bij artikel 12 Sv zaken niet toetst aan artikel 3 EVRM, terwijl ze daar wel toe verplicht zijn. De uitspraak van het EHRM is daarmee een stevige tik op de vingers en een aansporing voor de Nederlandse gerechtshoven, en in het bijzonder de Blauwe Kamer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, die sinds de start alle politiezaken beoordeelt, om dit bij toekomstige zaken wél te doen. De uitspraak van het EHRM verplicht Nederlandse rechters om de bewijslast voor de rechtmatigheid van het politiegeweld neer te leggen bij de politie en het OM – de rechterlijke beoordeling van politiegeweld in Nederland moet op de schop.
The fast lane
Tot slot merken we op dat het verschrikkelijk is dat nabestaanden tien jaar moeten wachten op een definitieve uitspraak. Dat geldt zowel voor het onderzoek van de Rijksrecherche, de beslissing door het OM, de artikel 12 Sv zaak bij het Nederlandse gerechtshof en de zaak bij het EHRM. Volgens advocaat Richard Korver, tevens voorzitter van Stichting LANGZS (Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zeden Slachtoffers) moeten nabestaanden van mensen die overleden na overheidsgeweld een fast lane hebben waarmee zij voorrang krijgen op andere zaken, zodat zij minder lang in onzekerheid verkeren.