Landelijke pilot MEOS

De politie gaat - als pilot - alle proactieve controles systematisch monitoren. Het doel is om de politiecontroles verder te professionaliseren. 

Landelijke pilot MEOS

De politie gaat iedere controle registreren zodat ze weten hoeveel controles de politie uitvoert. Alle informatie wordt verzameld in een database, die ook weer input gaat geven aan de agent. Straks is het bijvoorbeeld mogelijk om in het systeem te zien dat een auto of brommer al drie keer is gestopt, zonder dat er iets gevonden is. Dat blijkt uit een interview met Peter Slort in de Volkskrant afgelopen woensdag. Politieagenten worden er vervolgens op getraind om die auto dan niet een vierde keer te controleren. De burgers krijgen hiervan niets te zien - dit gebeurt allemaal in het politiesysteem. Wel kan iemand zijn/haar politie-informatie opvragen en terugzien hoe vaak hij/zij gestopt is. 

Volgens het ministerie van Justitie is het doel van de pilot "om de proactieve controle - controles van personen en/ of voertuigen zonder dat sprake is van een strafrechtelijke verdenking – verder te professionaliseren. Dit gebeurt enerzijds door toepassing van een handelingskader voor proactief controleren en anderzijds door het verbeteren van de informatiepositie van de agent rond de uitvoering van dergelijke controles."

De pilot, die in de lente van 2018 begonnen is, vindt plaats o.a. in Den Haag, Utrecht, Delft, Amsterdam, Rotterdam, Apeldoorn, Utrecht en de Landelijke Eenheid.

Is dit een stopformulier? 
In Engeland wordt al jaren met stopformulieren bijgehouden wie de politie stopt, wat de reden van de controle was, wat de etniciteit van die persoon is en of de controle leidde tot een boete of aanhouding. Aan de hand van specifieke registraties van controles kunnen klachten simpel worden onderzocht en aantijgingen van discriminatie worden bevestigd of weerlegd. De pilot van de Nederlandse politie wijkt hiervan aanzienlijk af. Etniciteit wordt bijvoorbeeld door de politie niet geregistreerd. Ook is het nog onduidelijk op welke manier de cijfers inzicht gaan geven in de effectiviteit van controles.

Het label stopformulieren op de de pilot plakken is daarom onjuist, en waarschijnlijk ook contra productief: er is grote weerstand binnen de politie tegen stopformulieren. Zie ook de kamerbrief onderaan dit dossier: ook de minister noemt deze ontwikkeling geen stopformulier.

Positieve ontwikkeling
De pilot gaat op drie punten een positieve invloed uitoefenen. Ten eerste: de politie krijgt inzicht in hoe vaak iemand gecontroleerd is zonder dat dit iets heeft opgeleverd. Met de juiste sturing kunnen agenten getraind worden om een controle dan niet nogmaals uit te voeren. Ten tweede wordt een klacht indienen tegen een agent gemakkelijker. Als je bijvoorbeeld het dienstnummer niet weet, dan kan je in het systeem terug kijken welke agent de controle uitvoerde en alsnog een klacht indienen. De derde positieve ontwikkeling is dat er nu enige mate van cijfermatig inzicht in politiecontroles op straat zal komen, wat zal bijdragen aan het professioneler selecteren door agenten. Dit vermindert – hopelijk - het aantal ten onrechte gecontroleerde burgers, ongeacht welke huidskleur zij hebben.

Toekomstscenario
Registratie van etniciteit is geen onderdeel van de pilot. De pilot zal daarom geen inzicht geven in de omvang van etnisch profileren en ook niet in de de af- of toename van etnisch profileren. De grote vraag blijft daarom hoe de politie meetbaar kan maken dat etnisch profileren daadwerkelijk terug wordt gedrongen. Dat is cruciaal om het vertrouwen in de politie en de legitimiteit van de politie te versterken. Zolang politiecontroles niet systematisch gemonitord worden kan dit niet beoordeeld worden. Systematische monitoring kan met stopformulieren, maar kan mogelijk ook op een andere manier: met data die de politie al verzamelt, aangevuld met nieuwe gegevens uit de MEOS pilot. 

Uit onderzoek blijkt dat Marokkaanse Nederlanders oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitsstatistieken. Dat weten we omdat veroordelingen voor strafbare feiten geregistreerd worden door Justitie. De etniciteit van veroordeelden wordt niet bijgehouden door Justitie maar in het GBA/BPR. Op basis hiervan kunnen wetenschappers indelingen maken naar herkomst. Dezelfde systematiek kan ook gebruikt worden om te onderzoeken welke afkomst de mensen hebben die de politie controleert. Door de MEOS-pilot komt er nieuw inzicht in de berg data die de politie registreert en kan er waarschijnlijk nu wel een overzicht gemaakt worden van het aantal controles en staandehoudingen dat de politie uitvoert, áls kenteken of ID nagetrokken is. Deze registraties zijn allemaal gekoppeld aan BSN-nummers van burgers. Dat betekent dat het ook mogelijk is om - geanonimiseerd - inzicht te krijgen in de afkomst van de mensen die gecontroleerd zijn. De politie hoeft daarvoor geen etniciteit te registeren - dat kan dus geen bezwaar zijn. De politie heeft straks alle data in handen om een overzicht te maken dat inzicht geeft in de afkomst van mensen die te maken kregen met een (bepaalde typen) politiecontroles. Het is een politieke keuze om samen met de politie deze data te ontsluiten om inzicht te geven in de (dis)proportionaliteit waarin bepaalde herkomstgroepen met de politie in aanraking komen. 

Als justitie kan bijhouden welke afkomst de criminelen in onze cellen hebben, kunnen ze ook bijhouden welke afkomst de mensen hebben die de politie (on)terecht controleert.

Controle Alt Delete volgt het onderwerp op de voet, lees mee via facebook.

↓ Download Antwoorden kamervragen 'tóch een stopformulier'
« Meer dossiers