Kans op bestraffing 14 keer groter voor Marokkaans-Nederlandse jongeren

Van de jongeren die zelf crimineel gedrag rapporteren is de kans op formele bestraffing 14 keer groter als je van Marokkaanse afkomst bent dan als je een autochtone Nederlander bent.

Een bijdrage van Willemijn Bezemer (EUR)

Een nieuw perspectief op jeugdcriminaliteit 
In dit dossier delen we de resultaten van een grootschalig onderzoek van het WODC dat de potentie heeft om onze common sense over misdaadstatistieken te kantelen. Uit de resultaten blijkt dat de kans voor een Marokkaans-Nederlandse jongere 14 keer zo groot is om bestraft te worden voor crimineel gedrag in vergelijking met een jongere zonder migratieachtergrond die het zelfde delict heeft gepleegd. Voor Turks-Nederlandse jongeren is deze kans 12 keer zo groot en voor jongeren van Antilliaanse of Arubaanse afkomst is deze kans 11 keer zo groot. Wat is hier aan de hand? 

Onderzoeksopzet
De jongeren in dit onderzoek zijn gevraagd naar het plegen van 27 verschillende typen delicten. Jongeren konden zelf aangeven of zij zich ooit schuldig gemaakt hebben aan lichte vergrijpen zoals winkeldiefstal en vandalisme of zwaardere vergrijpen zoals een overval of geweld met letsel tot gevolg (1). De individuele antwoorden van jongeren werden - geanonimiseerd - gekoppeld aan politieregistraties. Hierdoor kon onderzocht worden of degene die zelf toegeeft een strafbaar feit gepleegd te hebben ook verdacht is geweest door de politie en/of vervolgd is door justitie. De uitkomsten laten opvallende verschillen zien wanneer een vergelijking gemaakt wordt op basis van etniciteit.

Opzienbarende resultaten
Van de 2.027 deelnemers hebben 947 jongeren toegegeven een strafbaar feit gepleegd te hebben. Als we kijken naar deze groep zelfgerapporteerde daders dan zien we grote onderlinge verschillen. In vergelijking met jongeren zonder migratieachtergrond, is de kans dat een jongere wordt aangemerkt als verdachte door de politie 7 keer zo groot voor Marokkaans-Nederlandse jongeren. Voor Turks-Nederlandse jongeren is de kans 3 keer zo groot en voor jongeren van Antilliaans/Arubaanse afkomst is de kans 4 keer zo groot (2).  

Deze verschillen worden alleen maar sterker als we kijken naar de kans dat zelfgerapporteerd crimineel gedrag leidt tot een aanhouding of de verwijzing van een zaak naar het OM. Voor Marokkaans-Nederlandse jongeren is deze kans 14 keer zo groot, voor Turks-Nederlandse jongeren is deze kans 12 keer zo groot en voor Antilliaans/Arubaanse-Nederlandse jongeren is de kans 11 keer zo groot (3).

Kritische kanttekeningen
Aan de betrouwbaarheid van dit onderzoek zijn wel een paar belangrijke kritische kanttekeningen te plaatsen. Allereerst is het maar de vraag of jongeren de waarheid zullen spreken in een onderzoek naar criminaliteit. Vooral als ze niet gepakt zijn voor hun gedrag en als ze dan ook afkomstig zijn uit een sociale groep met een negatief stigma in de maatschappij, dan is de kans groot dat normafwijkend gedrag verzwegen wordt. Dit vermoeden wordt bevestigd in het onderzoek doordat de gemeten sociale wenselijkheid hoger blijkt te zijn onder Nederlanders met een migratieachtergrond dan onder autochtone Nederlanders (4).

Dat leidt ertoe dat de eerste groep waarschijnlijk sterker geneigd is om alleen crimineel gedrag te rapporteren wanneer de politie hiervan al op de hoogte is. Daarnaast kozen autochtone Nederlanders met een strafblad er relatief gezien vaker voor om niet mee te doen aan het onderzoek dan Nederlanders met een migratieachtergrond met een strafblad. Dit is mogelijk van invloed geweest op de resultaten. Tot slot heeft dit onderzoek voornamelijk lichte criminaliteit gemeten omdat deze vergrijpen vaker voorkomen en omdat aangenomen wordt dat jongeren minder geneigd zijn om zware misdrijven te bekennen in een survey. De meeste zware vergrijpen komen daarom niet voor in dit onderzoek maar die komen natuurlijk wel voor in de politieregistraties. Dit onderscheid zou eveneens van invloed kunnen zijn geweest op de onderzoeksresultaten. 

Door bovengenoemde kanttekeningen zal de werkelijkheid waarschijnlijk afwijken van de onderzoeksresultaten. Verder onderzoek zal daarom de bovengenoemde beperkingen moeten adresseren zodat de cijfers een zo betrouwbaar mogelijk beeld schetsen van de realiteit. Maar zelfs als er gecorrigeerd wordt voor al deze factoren dan is de kans groot dat er alsnog significante verschillen blijven bestaan.

Kantelpunt
Dit onderzoek heeft de potentie om onze common sense over misdaadstatistieken te kantelen. Wanneer we namelijk over jeugdcriminaliteit praten, dan dienen politiegegevens normaalgesproken als uitgangspunt. Als bepaalde groepen vaker voorkomen in de politieregistraties, dan worden zij bestempeld als meer crimineel en krijgen zij vervolgens meer aandacht van de politie. Dit onderzoek suggereert dat de werkelijkheid juist omgekeerd is. Jongeren met een migratie-achtergrond, in ieder geval met een Turkse, Antilliaanse, Arubaanse of Marokkaanse afkomst, komen misschien wel vaker voor in de misdaadstatistieken omdat de kans dat zij aangehouden worden veel groter is dan voor autochtone Nederlanders in vergelijkbare situaties. Of secuurder gezegd: Van de jongeren die zelf crimineel gedrag rapporteren is de kans op formele bestraffing 14 keer groter als je van Marokkaanse afkomst bent dan als je een autochtone Nederlander bent.

Dat is niet eerlijk - hoe zou dat komen? Mogelijke verklaringen als aanvulling op de bovengenoemde mogelijke meetfouten zijn overpolicing, etnisch profileren door de politie en vooroordelen bij burgers die misdaden melden. Verder onderzoek moet uitwijzen welke factoren dit aanzienlijke onderscheid veroorzaken. 

Noten
1. De kans dat een jongere in aanraking met de politie komt voor zwaardere vergrijpen is groter dan voor lichtere vergrijpen, dit gegeven is verwerkt in de analyse.
2. Weijters, G., A.M. van der Laan, R.J. Kessels (2016) De Overeenstemming tussen Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit en bij de Politie Bekende Jeugdige Verdachten, WODC, Cahier 2016-3, p. 37.
3. Ibid, p. 38.
4. De sociale wenselijkheid is gemeten door middel van een schaal van tien vragen waarop iemand eigenlijk nooit ja kan antwoorden, zoals 'ik lieg nooit'. Als iemand hoger scoort op deze schaal dan is de kans kleiner dat deze persoon eerlijk antwoord geeft over gedrag dat in de maatschappij als onacceptabel wordt gezien.

Download De overeenstemming tussen zelfgerapporteerde jeugdcriminaliteit en bij de politie bekende jeugdige verdachten
« Meer dossiers