Reactie minister van V&J op rapport universiteit Leiden (2014)

De minister van Veiligheid en Justitie zegt: als etnisch profileren voorkomt dan keuren we het af, maar het komt niet structureel voor.

In deze brief aan de Tweede Kamer reageert de minister van Justitie op het rapport door de universiteit Leiden (link). Het standpunt dat hij hier ontvouwt is in de lente van 2016 nog steeds het kabinetsbeleid: als het gebeurt dan keuren we het af, maar het komt niet structureel voor.

De minister schrijft: “De politie is een geloofwaardige en betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen discriminatie. Etnisch profileren door de politie past daar niet bij. Het voorkomen van etnisch profileren is van essentieel belang voor de

effectiviteit en legitimiteit van en ieders vertrouwen in en medewerking met de Nationale Politie. De politie dient in verbinding met alle burgers te staan. Legitimiteit en vertrouwen is niet voor niets één van de drie hoofddoelstellingen bij de vorming van de Nationale Politie.” [..] “In het onderzoek van de Universiteit Leiden zijn bij het observeren in drie Haagse wijken (waarvan twee wijken met een hoog aantal personen met een migrantenachtergrond) geen aanwijzingen gevonden voor structureel etnisch profileren. Het politieoptreden is in veruit de grote meerderheid van de situaties goed te rechtvaardigen op grond van concrete gedragingen, informatie of situationele omstandigheden. In de straatinterviews met jongvolwassenen komt onder meer wel naar voren dat een groter aantal van hen menen dat de politie onduidelijke of te weinig uitleg geeft bij staandehoudingen, onbeleefd zou zijn en zich schuldig zou maken aan etnisch profileren.”

Download
« Meer dossiers